Home Klachten Geen trek hebben/afvallen

Geen trek hebben/afvallen

Als je ziek bent, heb je vaak minder trek in eten. En als je lang of ernstig ziek bent, kan het zijn dat je (veel) afvalt. Daardoor raak je niet alleen vet kwijt, maar vaak ook spierweefsel. En zelfs als je nog goed op gewicht bent, kan het toch zijn dat je niet van alle stoffen genoeg binnenkrijgt. Dat heet ondervoeding. Als je heel veel bent afgevallen en ook spiermassa kwijt bent, is er sprake van cachexie.

Wat is het? 

Minder of geen eetlust hebben (anorexie) is niet erg, als het niet lang duurt. Maar als je te lang te weinig eet, kan dat leiden tot ondervoeding en cachexie. Dan is je lichaam verzwakt, vermagerd en is je weerstand laag. Cachexie wordt veroorzaakt door langdurig en ernstig ziek zijn. 

Een manier om te kijken of je een gezond gewicht hebt, is uit te rekenen wat je BMI is. BMI staat voor Body Mass Index. Je rekent het uit door je gewicht te delen door je lengte vermenigvuldigd met je lengte. Bijvoorbeeld: je bent 1,70 meter lang en je weegt 65 kilo. Dan is je BMI 65 / (1,70 x 1,70) = (afgerond) 22,5. 

Als je jonger bent dan 65 betekent een BMI lager dan 18,5 dat je te licht bent. Als je 65 of ouder bent, ligt de grens bij een BMI van 20. Maar je BMI zegt niet alles over je voedingstoestand. Als je overgewicht had voordat je ziek was, kun je ondervoed zijn en spiermassa verloren hebben, terwijl je BMI normaal is. Daarom is gewichtsverlies een betere maat voor ondervoeding en cachexie dan de BMI. 

Wat merk ik? 

Als je ondervoed bent, kun je de volgende klachten hebben: 

  • geen eetlust hebben 
  • veel afvallen 
  • veel vet kwijt raken 
  • veel spierweefsel kwijtraken, kracht verliezen 
  • je zwak en slap voelen, geen energie meer hebben 
  • een opgezette buik door te weinig eiwit in het bloed  
  • duizeligheid 
  • snel vol zitten 
  • veranderingen in het uiterlijk (een ingevallen gezicht krijgen) 

Oorzaken 

Gewichtsverlies kan diverse oorzaken hebben:  

  • minder eten*  
  • eten niet goed opnemen uit de darm, bijvoorbeeld bij diarree 
  • voedingstoffen verliezen of niet goed opnemen, bijvoorbeeld bij diarree, braken of koorts 
  • veranderingen in de stofwisseling 
  • minder goed voor jezelf kunnen zorgen 
  • hulp nodig hebben bij het eten 

* Minder kunnen eten kan bijvoorbeeld komen door: vermoeidheid, pijn, benauwdheid, depressie, smaakveranderingen, klachten van de mond, problemen met slikken, maag- en darmproblemen, misselijkheid, braken, diarree, verstopping. 

Onderzoek 

De arts zal je eerst vragen stellen over je voorgeschiedenis (hoe het vroeger met je ging) en je klachten. Daarna onderzoekt hij je. 

Hij zal jou (en eventuele je naasten) vragen stellen over: 

  • je eetlust 
  • hoeveel en wat je eet 
  • of je afgevallen bent 
  • andere lichamelijke klachten 
  • of je (lekker) eten belangrijk vindt 
  • je gedachten over de toekomst 

Het kan zijn dat je arts meer onderzoeken voorstelt, zoals: 

  • bloedonderzoek 
  • röntgenfoto, echo, scan of een gastroscopie (een kijkonderzoek in de maag met een camera) 

Je arts kan je eventueel doorverwijzen naar een diëtist. Die stelt vragen over je voeding en bepaalt hoeveel en welke voeding je nodig hebt. 

Wat kan eraan gedaan worden? 

Het kan zijn dat je ondervoeding veroorzaakt of verergerd wordt door klachten die behandeld kunnen worden. Dat zijn bijvoorbeeld: 

  • verlies van spiermassa (oefeningen, fysiotherapie) 
  • schimmelinfectie van de mond of slokdarm 
  • snel een vol gevoel hebben 
  • misselijkheid en braken 
  • diarree 
  • verstopping 
  • pijn 
  • benauwdheid 
  • depressie, angst 
  • koorts 

Minder zin hebben in eten en afvallen zijn normale klachten bij een langdurige en/of ernstige ziekte. De klachten treden vaak op als die ziekte niet meer behandeld kan worden. Praat daarover met je arts. In het begin kan je voedingstoestand nog verbeterd worden, of kan je ervoor zorgen dat je niet (verder) ondervoed raakt. In een latere fase van je ziekte is het soms normaal dat je blijft afvallen, en hoort het bij de laatste levensfase.  

Wat er gebeurt, hangt af van de fase van je ziekte en je eigen wensen af. Is het voor jou nog zinvol en mogelijk om je voedingstoestand te verbeteren? Dan kan je het beste maaltijden en snacks nemen met veel energie en eiwitten, zoals speciale eiwitdrankjes en energierepen. Heb je problemen met slikken, of blijft het eten steken in je slokdarm of maag? Dan kan sondevoeding (vloeibaar voedsel door een slangetje) een oplossing zijn. In een latere fase van je ziekte hebben eiwitdrankjes en sondevoeding meestal weinig of geen zin meer. Het kan zelfs extra klachten geven zoals misselijkheid. In deze fase zal je arts met je bespreken dat je alleen maar hoeft en moet eten waar je zin in hebt en wat je lekker vindt. Verlies van gewicht is dan niet meer tegen te gaan. 

Je arts kan eventueel medicijnen (zoals prednison of dexamethason) voorschrijven om de eetlust te verbeteren en je wat meer energie te geven. 

De arts of diëtist kan je informatie geven over drinkvoeding, supplementen, bepaalde diëten en sondevoeding. Hij kijkt naar jouw persoonlijke situatie en adviseert over het nut van deze mogelijkheden.  

Voedingstips

Je vindt meer praktische voedingstips bij ongewenst afvallen op Voedingenkankerinfo.nl.

Wat kan ik of mijn naaste doen?  

Het is belangrijk om met je naasten te praten over je voeding: heb je plezier in eten? Of vind je het vermoeiend en heb je geen trek? Besef dat niemand je kan dwingen om te eten. Minder trek hebben en afvallen komen vaak voor in de palliatieve fase. Als je zelf niet meer vindt dat je per se moet eten, voelt dat vaak als een hele opluchting voor jou en je naasten. 

Als je nog kan en wil eten, maak er dan het beste van. Kies wat je lekker vindt. Deze tips kunnen ook helpen: 

  • neem rust voordat je gaat eten 
  • eet liever vaak een klein hapje, dan driemaal per dag een bord vol 
  • eet gerust brood of een frisse salade als je geen trek hebt in warm eten 
  • denk eens aan een kant-en-klare maaltijd of een maaltijdservice 
  • zorg dat het eten er smakelijk uitziet 
  • houd alles wat je eetlust bederft uit je buurt (zoals vieze of sterke luchtjes) 

Wat zijn mijn wensen?  

Het is belangrijk dat je (huis)arts, je verzorgers en je naasten weten wat je voelt. Denk niet: ik moet eten, ook al kost het me veel moeite en heb ik eigenlijk helemaal geen trek. Zeg gerust wat je wilt. Praat met je arts, je verpleegkundige en je naasten over je gevoel en je wensen.  

Wil je nog wel eten? En zo ja, wat wil je dan graag eten? Het hangt helemaal af van wat jij zelf wilt. 

Heb je gevonden wat je zocht?

Meer weten? Stel je vraag

Neem voor spoedeisende vragen en vragen over je persoonlijke, medische situatie altijd contact op met je eigen arts of verpleegkundige.
Stel jouw vraag