Droge mond
Een droge mond lijkt misschien een klein probleem, maar je kunt er veel last van hebben. Speeksel zorgt voor een gezonde mond en dat je goed kunt praten, kauwen en slikken. Het eten wordt zacht en glijdt makkelijk door je keel. Speeksel zorgt er ook voor dat je goed kunt proeven. Het zachte, vochtige eten kan goed bij de smaakpapillen komen. Dat zijn de kleine bobbeltjes op de tong, waarmee we kunnen proeven.
Als je minder goed kunt proeven en moeite hebt met kauwen en slikken, is het moeilijk om goed te eten. En goed eten is erg belangrijk om je weerstand op peil te houden. Bij te weinig speeksel kun je ook moeilijker praten, krijg je een dorstgevoel en last krijgen van je tanden.
Wat is een droge mond?
Een droge mond in de palliatieve fase ontstaat door te weinig speeksel. Of dat het speeksel te waterig wordt.
Wat merk ik van een droge mond?
Een droge mond kan allerlei klachten veroorzaken, zoals:
- taai, plakkerig speeksel
- dorstgevoel
- moeite met eten, kauwen en slikken
- smaakverlies (minder goed kunnen proeven)
- pijn in je mond
- gaatjes in tanden en kiezen
- last van je kunstgebit
- ontstekingen in de mond
- een slechte adem
- moeite met praten
- niet goed kunnen slapen
Oorzaken van een droge mond
Een tekort aan speeksel is de oorzaak van een droge mond. Dit kan komen door:
Medicijnen
Er zijn heel veel medicijnen die een droge mond als bijwerking hebben, zoals:
- medicijnen bij Parkinson
- morfine
- medicijnen tegen overgeven
- medicijnen tegen depressie en angst (anti-depressiva)
- medicijnen tegen darmkrampen
- medicijnen tegen hoge bloeddruk
- plaspillen
- chemotherapie en doelgerichte therapie
- kalmeringspillen
- medicijnen tegen psychose
Bestraling
Door bestraling van het hoofd en de hals kunnen de speekselklieren blijvend beschadigd raken.
Roken en alcohol
Door alcohol droogt je lichaam uit, je slijmvliezen worden droger. Ook irriteert het je speeksel-klieren. Nicotine zorgt ervoor dat je minder speeksel maakt.
Een ziekte
Voorbeelden van ziekten:
- ontstoken speekselklier(en)
- een gezwel in een speekselklier
- chronische bindweefselziekte zoals sclerodermie
- suikerziekte
- auto-immuunziekte zoals ziekte van Sjögren
- een te langzaam werkende schildklier
- nierproblemen
- hiv/aids
- een afstotingsreactie na beenmergtransplantatie
- aandoeningen van het zenuwstelsel zoals parkinson en alzheimer
Onderzoek
De dokter zal je eerst vragen stellen over je droge mond en andere mondproblemen. Ook zal er gevraagd worden naar hoe, en hoe vaak je je mond verzorgd. Daarna zal er naar je mond gekeken worden. De arts kan ook gebruik maken van een vragenlijst.
Droge mond: wat kan eraan gedaan worden?
Heb je een droge mond door een ziekte? Dan moet die behandeld worden. Komt je droge mond door de behandeling van de ziekte? Dan kan die behandeling misschien aangepast worden.
Je kunt ook doorverwezen worden naar een tandarts of gespecialiseerd centrum.
Heb je vragen over de verzorging van je mond? Praat erover met je arts, tandarts of mondhygiënist.
Wat kan ik of mijn naaste doen?
Heb je vragen over wat je het beste kunt eten? Praat erover met je arts of verpleegkundige. Zij kunnen je advies geven of een diëtist inschakelen.
Wat zijn mijn wensen?
Het is belangrijk dat je (tand)arts, mondhygiënist en je naasten weten wat je voelt. Denk niet: ach, het is maar een droge mond. Zeg gerust waar je last van hebt, en probeer uit wat voor jou de beste en prettigste oplossing is, zodat je meer van je eten kunt genieten. Dat is niet alleen fijn, maar ook beter voor je gezondheid.
Over deze tekst
We hebben deze tekst gemaakt met de richtlijn 'Mondklachten en Slikstoornissen in de palliatieve fase'
Deze tekst is gemaakt door de redactie van Overpalliatievezorg met medewerking van:
- Nelleke Bots-van ’t Spijker, tandarts-geriatrie
- Gert-Jan van der Putten, specialist ouderengeneeskunde
Samen met patiënten en naasten dragen deze deskundigen bij aan betrouwbare informatie op overpalliatievezorg.nl.
Meer informatie over deze website